De overgave
De bijna beklemmende opwinding die hij tijdens de twee confrontaties met Johan ondervonden had was nog maar nauwelijks opgelost door de tijd die er inmiddels overheen gegaan was. Het begon zelfs weer toe te nemen en kreeg bij vlagen obsessieve vormen. Axel kon niet ontkennen dat hij hevig verlangde naar weer een ontmoeting met Johan, hoewel er na de laatste keer niets dat ook maar enigszins op een afspraak leek gemaakt was. Steeds doemde het interieur van Johans huis in zijn herinneringen op. Er was iets mee dat hem intrigeerde. Een vreemde geur, de meubelen, de geheimzinnige sfeer, of gewoon het feit dat Johan hem twee keer klaargemaakt had? Er bleef iets in hem smeulen dat niet wilde verdwijnen. Iedere avond lag hij op bed erover na te denken, de beelden tot zich toelatend van de twee opwindende ervaringen. En steeds kwam diezelfde opwinding weer terug en kon hij zich nauwelijks inhouden zich met die beelden te verenigen en te masturberen. Hij voelde zich onmachtig tegen dit heimelijke geweld van lust. Nooit eerder was er iemand in zijn leven geweest die hem zo bewonderde en begeerde als Johan. Tenminste niet iemand die dat zo duidelijk voelen liet. Zoals hij Ewout bewonderde en begeerde, zo bewonderde en begeerde Johan hem. Met hem gingen de poortdeuren open naar wat hij tot dan slechts in rokerige fantasieën tot zich gelaten had. Kwam er iets van stille verafgoding boven drijven, vroeg Axel zich af. En was dat verkeerd? Was het verkeerd zo opgewonden te raken bij een man die zo veel ouder dan hij was?
Nooit had hij iemand zijn beladen fantasieën toevertrouwd. Soms waagde hij het ze op te schrijven. Vage schetsen, niet meer, en meteen erna vernietigen uit angst dat ze gevonden werden. Door zijn scholing en vervolgopleiding wist hij van zichzelf dat hij niet dom was. Hij las veel. Besefte dat hij narcistische trekken had die soms weggevaagd werden door onzekerheid. Maar was het niet veel verder gegaan? Was hij niet op een quasi-naďeve manier bezig een latent exhibitionisme te exploreren? Johan had dat wel door laten schemeren, zonder het met zoveel woorden te zeggen. Of waren het plaagstootjes om hem te tarten en provoceren? Nadat Johan hem klaargemaakt had in de tuin was hij nog in een lome stemming blijven hangen, en had Johan hem een spiegel voorgehouden. Het had iets vernederends dat Johan hem zo onder een loep legde, maar tegelijk wond dat hem juist ook op. Het waren tegenstellingen in hem die hij nauwelijks begreep, maar hem wel ademloos opwonden.
Dat er niks afgesproken was knaagde aan hem. En Johan kon hem niet bellen. Hoewel hij met zijn negentien volkomen vrij was, zou zijn moeder waarschijnlijk iets aan zijn lichaamstaal merken, en hij zou sterven van schaamte als ze iets voelde.
Hij hield seconden z’n adem in en haalde het ultieme moment weer op dat Johan hem aan de rand van het naaldbos leegdronk. Wat walgelijk heerlijk vond hij die gedachte. De tegenstellingen tussen schaamte en lust waren hier volmaakt. Dat Johan hem gedronken had maakte hem draaierig van opwinding. Het idee dat hij dat bij johan zou doen vervulde hem met walging, en juist daar kwam een voorzichtige sensatie om de hoek gluren: de uitdaging, het onbekende, en zelfs het perverse. De gedachte wond hem op en maakte hem tegelijk misselijk. Maar hij was ervan overtuigd dat Johan het graag zou willen. Erover fantaseren ging makkelijk, en de opwinding gloeide dan ook meteen op. Maar hij was – zo wist hij van zichzelf – heel geremd en passief. En ten eerste was het nog maar de vraag of hij Johan ooit nog intiem zou ontmoeten. Hoewel, hij had daar zelf alle invloed op. Er langs gaan of bellen was toch geen doodzonde? Een veelheid aan insecten beroerden zijn maag bij die gedachte. En meteen ook voelde hij zich verstijven.
Hij schoof zijn jeans omlaag en genoot zonder te weten waarom van zijn slipje dat volumineus welfde onder de druk van zijn erectie. Heerlijk vond hij het zich zo te voelen. Heerlijk om zijn hand erop te leggen en te doen alsof het Johans hand was.
Axel verging in deze woedende zee van opwinding, en hij wist dat dan alles wat maar enigszins afremde zou verdwijnen. Hij kreunde toen hij zijn hand in zijn slipje schoof en zijn eikel warm en kleverig in zijn handpalm begroef.
Opeens sprong hij op en viel zowat over zijn jeans toen hij de telefoon van zijn verrommelde werktafel griste. Er vielen boeken op de grond, een half glas cola droop erover. Johans telefoonnummer stond ergens op gekrabbeld. De academiepas, herinnerde hij zich. Hij gooide koortsachtig alles opzij om die te vinden. De spanning was te snijden toen hij het telefoonnummer dat hij in alle haast gekrabbeld had probeerde te ontcijferen. Ondanks twijfels toetste hij het nummer in, en de opwinding die zijn lijf nog niet verlaten had nam tot het summum toe. De seconden tikten weg in de akelige herhaling van het overgaande telefoonsignaal. Tot hij Johans stem hoorde en de ademloosheid weer toesloeg. Hij kon even geen woord uitbrengen, tot hij schrok van zijn eigen stemgeluid:
“Met Axel.”
“Ja?”
Axel zweeg, want na deze reactie wist hij geen begin te bedenken. Het liep anders dan hij gehoopt had. Nu was hij aan zet, en daar was hij niet goed in.
“Ik belde zomaar,” vond hij zichzelf stom beginnen.
Het bleef even stil aan de andere kant. Te lang, en Axel kreeg het gevoel dat hij het gesprek maar beter kon beëindigen. De spanning was overgegaan in een anticlimax. Van een transpiratieaanval had hij het opeens koud gekregen.
“Zin in een boswandeling,” klonk Johan op een plagerig toontje.
Met deze opmerking kwamen de beelden van het naaldbos opeens weer bovendrijven bij Axel, tegelijk daarmee de weggeebde opwinding. Het was alsof Johan daar invloed op had en maar een woord hoefde uit te brengen om hem weer die zindering te geven. De teruggekeerde opwinding bevrijdde hem van zijn remming te spreken.
“Lijkt me spannend,” waagde hij opeens te brutaal.
“Je dacht dus vanavond aan wat er gebeurd is tussen ons?”
“Ja, denk het,” reageerde Axel wat timide.
“Je vond het dus lekker.”
“ja,” bekende Axel in een pijnlijke eerlijkheid.
“Ik ben dominant Axel. Ik weet niet of je beseft dat betekent.”
“Dat weet ik wel.”
“Denk je dat je je daaraan kan conformeren?”
Axel was langzaam aan het wegzweven in een voor hem onbekend gebied van opwinding en sensatie. De vragenreeks van Johan imponeerde hem, maar tegelijk trok het de geheime lade open waarin hij zijn verlangens opgespaard had in broeierige fantasieën. In dit zweven was hij in een stemming van gedweeheid geraakt waarin conformeren aan Johan bijna vanzelfsprekend was. Dit verlangde hij toch?
“Ik kan het proberen,” hield hij nog voorzichtigheidshalve een slag om de arm.
“Proeftijd,” klonk Johan lacherig, “Ik wil het uitproberen met je. Ik vind je een fascinerende knul. Ik geloof dat je diepe wateren hebt.”
“Denk ik ook,” zei Axel, en hij meende dat ook.
“Ben je bereid tot volledige openhartigheid tegen mij?”
Axel aarzelde met antwoorden. Waarover openhartig? Het intrigeerde hem wel volledig openhartig te moeten zijn tegenover Johan. Over alles? Het had iets van biechten.
“Ja natuurlijk,” overdreef hij een beetje, en een onbegrijpelijk, maar ingrijpende emotie maakte zich van hem meester. Emotie die zich verborg in een stille, knagende opwinding en maar bleef doorsidderen. Hij vond het heerlijk en beangstigend tegelijk. Maar vooral spannend, en de zucht naar spanning hield hem al en tijd bezig.
Toch was er ook het gevoel dat hij zich door Johan liet inkapselen, weliswaar lokte hij dat zelf uit, maar het voelde als een begroeid bospad dat naar een onheilspellende bestemming voerde, en juist daardoor gemengde gevoelend bij hem veroorzaakte.
“Ik ga je fotograferen.”
“Hoe bedoel je,” reageerde Axel uit het veld geslagen door de abruptheid van deze mededeling.
“Jou natuurlijk, je lijf. Je gaat voor mij poseren.”
Het klonk zo definitief als een gebod of opdracht. Het was alsof hij het bospad al te ver bewandeld had en dit de eerste hindernis leek te zijn.
“Hoe dan?” Probeerde hij nog.
“Zoals ik het wil. Heb ik de indruk dat je terug aan het krabbelen bent?”
“Nee, helemaal niet. Ik moet aan het idee wennen.”
“Wen er dan maar aan dat ik je ga fotograferen. En ik weet zeker dat het je nu al opgewonden maakt. Vertrouw me en er zal een poort voor je opengaan naar een opwindend leven. Maar je kunt nu nog beslissen en je twijfels uiten.”
“Nee,” capituleerde Axel met een diep zucht.
“Bel me morgenochtend,”sloot Johan abrupt af.
Axel dreef weg in een onthutsende reeks fantasieën. Johan had gelijk, het idee dat hij voor hem poseren zou was ongelooflijk opwindend.
Na een nacht van woelen en transpireren ging voor Axel de tijd maar langzaam voorbij. Johan bellen had voorrang boven de studie, maar te vroeg bellen zou een verkeerde indruk maken. De spanning steeg met het vorderen van de tijd, en hij was tot niets anders in staat dan nerveus te bladeren in een stapeltje tijdschriften. Toen eindelijk de opwinding het won van de weerstand belde hij Johans nummer.
“Hallo lekker joch,” begon Johan tegen hem. Hij kreeg er een gek gevoel van in zijn maag.
“Ik moest vanmorgen bellen.”
“Moest? Inderdaad ja. En dat deed je dus. En wond het je op dat je het moest?”
“Ik denk het wel,” vond Axel zichzelf laf reageren, want hij besefte wel dat het hem opwond. Iets móéten doen was sowieso voor hem al opwindend, laat staan dat het van Johan moest. Het lag besloten in het onverklaarbare verlangen naar zoiets als gehoorzaamheid, het steeds in fantasieën terugkerende hunkeren naar de magie van onderwerping aan de ander. Het hoge woord was eruit, hij was wat in sommige boeken als masochistisch beschreven werd. Het intrigeerde hem al jaren binnen steeds weer aan hem opdringende fantasieën, en hij had er al het een en ander over gelezen, en op internet sites over opgezocht. In Johan herkende hij de persoonlijkheid die in hem dat gevoel kon vervolmaken. Daarom was hij ook vervuld met het aanbod van de lift, en ook daarom had hij zich die avond in absolute passiviteit laten meevoeren naar het nachtelijke naaldbos. Het was veel in een korte tijd, maar eindelijk gloorde er iets aan de horizon dat zijn fantasieën benaderde, en daartegen zou hij zich niet verzetten.
“Vanmiddag fotograferen,” hoorde hij in een stemming van verdoofdheid Johan zeggen. En het klonk niet eens meer als een voorstel, maar als een vanzelfsprekendheid.
“Goed,” plooide hij zich ernaar.
Het voelde bijna als een overlevingstrijd die uren door te komen voor hij naar Johan kon gaan. Hij probeerde iets aan zijn studie te doen, maar dat was gedoemd tot mislukken. Het voelde als een bevrijding dat hij eindelijk op zijn fiets kon springen en de zonnige lanen van het dorp kon doorfietsen in een licht hallucinaire stemming. Hij stalde zijn fiets tegen de garagemuur en ging via het tuinpad naar de achtertuin. Daar zag hij Johan aan de tuintafel zitten in een vormelijk wit overhemd.
“Kom eens hier,” hoorde hij Johan in een bijna arrogant toontje.
De passen die hij in Johans richting maakte waren te snijden van opwinding. Binnen handbereik van hem herkende hij opeens de weeë tuingeur weer van die middag toen Johan hem tot orgasme gebracht had, en opnieuw sloeg de opwinding toe.
“Heerlijk bezweet van het fietsen,” zei Johan, terwijl Axel zijn handen over zijn buik omlaag voelde glijden tot waar de stijgende opwinding zijn jeans tot het uiterste deed welven. Het zonlicht deed zijn ogen tranen toen Johans hand als een geweldige schelp schaamteloos over zijn erectie schoof en daar provocerend wreef. Hij voelde dat Johan zijn T-shirtje uit zijn broek trok en zijn mond op zijn navel drukte en daar zijn tong dierlijk in kronkelde. Over Axels rugwervel schoof een siddering en hij voelde zich overspoeld door verlangens die alle tot dan bestaande grenzen deden oplossen.
“Dat zullen we maar voor straks bewaren,” besloot Johan geniepig. Axel smolt weg in dat onbekende “straks” en was vastbesloten alles gelaten tot zich te laten komen. In die opwindende duizeligheid volgde hij Johan naar binnen. De geur van het huis verzwolg hem weer. Opnieuw dat geheimzinnige aroma dat hem het gevoel gaf dat hij erdoor betoverd werd. Hij volgde Johan de brede trap op naar de eerste etage. Daar stond de deur open van de kamer waar het gebeuren zou. Er stond een lederen bank in het midden, en verder was het opvallend leeg, op de camera op statief na. Het voelde bijna als een executie. Was er iets zo definitief als een foto? Hij had zelf wel eens geëxperimenteerd in een vlaag van opwinding, maar veel werd het niet. Het had hem wel erg geprikkeld, en zijn latente exhibitionisme aangewakkerd. Ja, hij was er zich geheel van bewust dat hij dat bezat. Bekeken worden biologeerde hem ademloos. En zo ademloos luisterde hij naar Johans aanwijzingen, schoof hij zich in een kwetsbare boog over de bank en genoot stil van het geluid dat de camera maakte. Het waren erotische foto’s met de kleren aan, maar Axel wist dat ze erg geladen waren, want zijn opwinding was onmiskenbaar zichtbaar in zijn nauwsluitende jeans.
“Welke foto zou je als je heel openhartig zou zijn willen dat ik van je maakte?”
Opeens wist Axel het heel precies. Het zou hem volmaakt kwetsbaar maken tegenover Johan en hem zelfs macht over hem geven, en dat, en niets anders, verlangde hij.
Hij schoof overeind uit de liggende houding en trok met een vloeiende beweging zijn vochtige T-shirt over zijn hoofd en maakte met hetzelfde gemak zijn jeans los en stroopte die af. Hij zag hoe zijn zwarte slipje het geweld van zijn erectie nauwelijks aankon. Hij schoof op zijn rug op de bank en in die opwelling van sensatie trok hij zijn slipje uit en liet hij zich zien en fotograferen. De schaamte was opgelost in het verlangen. Hij genoot van Johans observeren en zag hoe mooi volumineus zijn eikel rood opgloeide en op het punt stond tot uitbarsten te komen.
“Doe maar, laat je maar gaan,” moedigde Johan hem aan alsof hij Axels gedachten tot op het bot kon lezen.
Axel schoof zijn klamme hand rondom zijn harde stengel en bewoog zich in enkele halen naar het absolute hoogtepunt dat ritmisch begeleid werd door het ratelen van de camera. Tot het kwam en hij zich bolde als een gewond dier en door zijn halfgesloten ogen zag hoe prachtig zijn sperma onhoudbaar over zijn buik vloeide. Hij had zijn adem ingehouden en plofte het met een diepe zucht eruit.
Axel besefte dat er iets definitiefs met hem gebeurd was, en dat bracht tegengestelde emoties, maar de opwinding bleef overheersen.